De ontboezeming van één van mijn relaties, nadat hij een investering van een miljoen euro moest afschrijven in verband met een faillissement, was: ”Ik kwam er achter dat ik begon met investeren, maar eindigde met geld uitgeven.” Ondanks alle goede bedoelingen van de directie bleef de omzet achter bij de prognose, terwijl de kosten bleven toenemen.

Met de wijsheid achteraf kan je stellen dat de directie en de financier op basis van een te mager plan zijn vertrokken. De eerste investering was vijf ton, de omzetprognose voor het eerste jaar was al twee miljoen Euro, en zou in vijf jaar oplopen naar tien miljoen. Toen na een jaar de eerste inleg op was en de omzet op nog geen half miljoen stond kwam de vraag om bij te storten.

Het is het moment waar elke investeerder voor vreest. Niet bijstorten betekent over het algemeen het direct afschrijven van je investering, terwijl met wat extra geld de onderneming misschien over het dode punt kan worden heengetrokken. Dus vaak wordt er een flinke som naast gelegd in de hoop “het verlies goed te maken” Dat was het moment waarop mijn relatie van “investeerder” een “suikeroompje” werd.

Het antwoord op de vraag waarom de omzet slechts de helft van de prognose was, was onbevredigend en vaag. Er waren partners “die het niet begrepen”, een publiek “dat er nog niet aan toe was” en meer van dat soort externe excuses. Het lag natuurlijk vooral niet aan de directie en het inmiddels aangenomen personeel en het was een kwestie van “wachten tot de markt het oppakt”.

Het plan waarop de onderneming gestart was kwam niet meer boven tafel. Het had ook weinig nut gehad, want er was geen rekening gehouden met zwaar weer. Er was een berg onverkochte voorraad (Die later onverkoopbaar bleek) en in blinde paniek gaf het jonge bedrijf een ruk aan het roer naar de volgende koers. Er was nog steeds geen onderzoek gedaan naar de wens van de klant en de complete organisatie zat te wachten tot de buitenwereld in actie zou komen.

In de erop volgende periode zou het bedrijf nog twee keer van koers wijzigen, tot het bij gebrek aan brandstof stil kwam te liggen. De investeerder was het eindelijk zat. Hij zag zijn bedrijf geen meter dichter bij de markt komen, terwijl die andere meter (de kosten) stevig doorliep. Weer wachtte het bedrijf tot de buitenwereld in actie kwam, maar nu kwam de buitenwereld met claims en incasso’s.

De moraal van het verhaal is natuurlijk dat een goed ondernemingsplan houvast en koers biedt. Maar ook dat het financiers en ondernemers helpt om sturing te geven. Dat de werkelijkheid vaak weerbarstiger is dan het plan weten we wel. Een goed plan voorziet daarin, om te voorkomen dat u begint met investeren en eindigt met geld uitgeven.